Korte definitie: voorbij
Niet meer aanwezig; iets dat achter je ligt in de tijd of ruimte.
5 zinnen met ‘voorbij’ — voorbeelden
1.
Een auto reed snel voorbij en tilde een stofwolk op.
2.
De hond blafte toen ze de postbode voorbij zag komen.
3.
Een school sardines zwom snel voorbij en verbaasde alle duikers.
4.
De zomer was heet en mooi, maar ze wist dat het binnenkort voorbij zou zijn.
5.
De rivier stroomt voorbij en brengt een zoete zang mee, die in een kring de vrede bevat in een hymne die nooit eindigt.