7 zinnen met ‘bestuurder’ — voorbeelden
1.
De bestuurder reed zonder problemen over de hoofdweg.
2.
Ik begreep het handgebaar niet dat de bestuurder voor mij maakte.
3.
De bestuurder stuurde de bus door de drukke straat.
4.
Elke bewuste bestuurder volgt de regels op de snelweg.
5.
De bestuurder stopte abrupt bij het rode verkeerslicht.
6.
Een ervaren bestuurder reed snel over de landelijke weg.
7.
De jonge bestuurder bezwoer altijd veilig te rijden met vrienden.