5 zinnen met ‘verboden’ — voorbeelden
1.
Het gebruik van alcohol is verboden voor minderjarigen.
2.
Ze negeerden de waarschuwing en gingen de verboden zone binnen.
3.
Honden waren verboden in het restaurant, dus moest ik mijn trouwe vriend thuislaten.
4.
In sommige samenlevingen is het eten van varkensvlees strikt verboden; in andere wordt het als een vrij gewoon voedsel beschouwd.
5.
In mijn land is het verboden om mobiele telefoons te gebruiken in openbare scholen. Ik hou niet van deze regel, maar we moeten deze respecteren.