7 zinnen met ‘onderdak’ — voorbeelden
1.
Ineens begon het te regenen en iedereen zocht onderdak.
2.
In de winter zoekt de bedelaar onderdak in de herbergen.
3.
De reiziger vond snel onderdak in een gezellig dorp.
4.
Zij bouwde een huis om haar kinderen onderdak te geven.
5.
Wij boden onderdak aan de gewonde hond tijdens de storm.
6.
De dakloze man kreeg veilig onderdak in een opvangcentrum.
7.
Hij zocht schuilplaats en vond liefdevol onderdak in een herberg.