5 zinnen met ‘grotten’ — voorbeelden
1.
De mensen uit de prehistorie waren zeer primitief en leefden in grotten.
2.
In de Middeleeuwen besloten veel religieuzen als anachoreten in grotten en kluizen te leven.
3.
De rotskunst is een vorm van prehistorische kunst die te vinden is in grotten en op rotswanden.
4.
De rotstekeningen zijn oude tekeningen die op rotsen en in grotten over de hele wereld te vinden zijn.
5.
Lang geleden, in de prehistorie, leefden de mensen in grotten en voedden ze zich met dieren die ze jaagden.