7 zinnen met ‘bespreken’ — voorbeelden
1.
Je argument is geldig, maar er zijn details te bespreken.
2.
De afgevaardigden kwamen bijeen in het parlement om de begroting te bespreken.
3.
Ik wil de zorgen bespreken over het project.
4.
Hij en zij bespreken de resultaten met het team.
5.
We bespreken de planning voor de komende vakantie.
6.
Zij bespreken de nieuwe strategie tijdens de vergadering.
7.
Jullie bespreken dagelijks belangrijke updates in het kantoor.