8 zinnen met ‘gewassen’ — voorbeelden
1.
De keukentafel was vies, dus heb ik hem gewassen met zeep en water.
2.
Het warme water van de wasmachine heeft de kleding die ik heb gewassen gekrompen.
3.
Sommige gewassen zijn in staat om te overleven in droge en weinig vruchtbare bodems.
4.
Peter en Marie hebben de auto gewassen.
5.
De boer heeft de pluimvee na de storm gewassen.
6.
Zij hebben de ramen van hun huis grondig gewassen.
7.
Wij hebben de tuinmeubelen voor de zomer gewassen.
8.
De schilder heeft de gereedschappen na gebruik zorgvuldig gewassen.