5 zinnen met ‘opvallende’ — voorbeelden
1.
De opvallende berg was vanaf elk punt in de stad te zien.
2.
De kalkoenen hebben een zeer opvallende verenkleed en hun vlees is erg smakelijk.
3.
De schrijver ontving een prijs voor zijn opvallende bijdrage aan de hedendaagse literatuur.
4.
Te midden van de menigte slaagde de jonge vrouw erin haar vriend te herkennen aan zijn opvallende kleding.
5.
De barok is een zeer overdreven en opvallende kunststijl. Het wordt vaak gekenmerkt door weelde, grootspraak en excessen.