Korte definitie: monteur
Iemand die machines, apparaten of voertuigen repareert en onderhoudt.
7 zinnen met ‘monteur’ — voorbeelden
1.
De monteur heeft de waterpomp van de auto gerepareerd.
2.
De monteur stelde de bandenspanning af met een manometer.
3.
De monteur repareert snel de beschadigde onderdelen van de auto.
4.
De monteur lost het complexe probleem met de hydraulische pers op.
5.
Elke week bezoekt de monteur verschillende bouwplaatsen in de stad.
6.
De monteur installeert efficiënt nieuwe onderdelen in de oude machine.
7.
Vandaag controleert de monteur grondig het elektrische systeem van de bus.