5 zinnen met ‘leggen’ — voorbeelden
1.
Zee schildpadden reizen duizenden kilometers om hun eieren op het strand te leggen.
2.
Fotografie is een kunstvorm die wordt gebruikt om momenten en emoties vast te leggen.
3.
De schilder slaagde erin de schoonheid van het model in zijn schilderij vast te leggen.
4.
Fotografie is een manier om de schoonheid en de complexiteit van onze wereld vast te leggen.
5.
Na een lange reis slaagde de ontdekkingsreiziger erin de noordpool te bereiken en zijn wetenschappelijke bevindingen vast te leggen.