5 zinnen met ‘tilde’ — voorbeelden
1.
Een auto reed snel voorbij en tilde een stofwolk op.
2.
Ik tilde mijn kleine broertje op en droeg hem totdat we thuis waren.
3.
Het kind tilde de knop van de grond op en bracht deze naar zijn moeder.
4.
De kraan tilde de kapotte auto op en nam deze mee om de rijstrook op de weg vrij te maken.
5.
Na een droogte van meerdere jaren was de grond erg droog. Op een dag begon een sterke wind te waaien en tilde al het stof de lucht in.