7 zinnen met ‘graven’ — voorbeelden
1.
Ondanks de stortregen ging de archeoloog door met graven op zoek naar oude artefacten.
2.
Mijn hond is de hele tijd gaten in de tuin aan het graven. Ik vul ze op, maar hij maakt ze weer open.
3.
De arbeiders graven diepe kuilen in de stoffige grond.
4.
De leerlingen graven historische verhalen in de schooltuin.
5.
De bouwvakkers graven tunneltjes onder de drukke snelwegen.
6.
De vrijwilligers graven nieuwe schansen langs de brede rivier.
7.
De onderzoekers graven cryptische aanwijzingen in de oude ruïnes.