7 zinnen met ‘monument’ — voorbeelden
1.
Het monument van de bevrijder staat op het centrale plein.
2.
Alle indianen van de stam noemden hem "Dichter". Nu is er een monument voor hem.
3.
Wij plannen een feest bij het monument in het stadscentrum.
4.
De kunstenaar schildert het monument als symbool van vrijheid.
5.
Vele toeristen bewonderen het monument in het hart van Amsterdam.
6.
De burgemeester onthulde het monument tijdens de nationale feestdag.
7.
Onze school organiseert een tentoonstelling rond het monument en zijn geschiedenis.