Korte definitie: giraf
Een groot zoogdier uit Afrika met een lange nek, lange poten en vlekken op zijn vacht.
5 zinnen met ‘giraf’ — voorbeelden
1.
De giraf eet bladeren van de hoge boom in de savanne.
2.
De giraf rende snel over de stoffige woestijngrond in de middag.
3.
Vandaag schilderde de kunstenaar een levendig portret van een giraf.
4.
Mijn kleine zus bewondert elke dag de speelse giraf in de dierentuin.
5.
Op vakantie voedde de boer een zachtaardige giraf met verse bladeren.