5 zinnen met ‘fles’ — voorbeelden
1.
Plaats de trechter in de fles voordat je de vloeistof giet.
2.
De trechter hielp om de fles te vullen zonder enige vloeistof te morsen.
3.
De fles heeft de vorm van een cilinder en is zeer gemakkelijk te vervoeren.
4.
Wetende dat het terrein gevaarlijk kon zijn, zorgde Isabel ervoor dat ze een fles water en een zaklamp meenam.
5.
De kwellende schrijver, met zijn pen en zijn fles absint, creëerde een meesterwerk dat de literatuur voor altijd zou veranderen.