5 zinnen met ‘gezichten’ — voorbeelden
1.
Op Halloween versieren we de pompoen met griezelige gezichten.
2.
Het vuur knetterde in het kampvuur en verlichtte de gezichten van de aanwezigen.
3.
De frisse zeebries streelde de gezichten van de zeelieden, die druk bezig waren met het hijsen van de zeilen.
4.
Prosopagnosie is een neurologische aandoening die het moeilijk maakt om de gezichten van mensen te herkennen.
5.
De bruisende champagne weerspiegelde zich op de gezichten van de gasten die ernaar verlangden om het te drinken.