5 zinnen met ‘verdween’ — voorbeelden
1.
Bij zonsondergang verdween de zon achter de kaap.
2.
Het konijn sprong over het hek en verdween in het bos.
3.
Naarmate de zon achter de bergen verdween, vlogen de vogels terug naar hun nesten.
4.
De rook van de fabriek steeg omhoog naar de lucht in een grijzige kolom die tussen de wolken verdween.
5.
Naarmate ik verder over het pad liep, verdween de zon achter de bergen, waardoor er een schemerige sfeer ontstond.