Korte definitie: heleboel
Een groot aantal; heel veel van iets.
5 zinnen met ‘heleboel’ — voorbeelden
1.
De tuinman plantte heleboel bloemen in de kleurrijke tuin.
2.
De chef bereidde heleboel heerlijke gerechten voor het gala.
3.
Mijn broer verzamelt heleboel oude munten uit verschillende landen.
4.
De schrijver schreef heleboel verrassende verhalen in zijn notitieboek.
5.
De leerlingen leerden heleboel interessante feiten tijdens de les geschiedenis.