Krachtige zuiderlingen zoals de zuiderling John C. Calhoun wezen wetten als het Tarief van 1828 aan als bewijs van de wens van het Noorden om de zuidelijke economie en, bij uitbreiding, haar cultuur te vernietigen. Dat tarief, zo concludeerden hij en anderen, zou het Zuiden, dat sterk afhankelijk is van invoer, onevenredig schaden en het Noorden, dat bescherming zou krijgen voor zijn productiecentra, ten goede komen.
·