Korte definitie: omvangrijk
Iets dat groot is in hoeveelheid, grootte of omvang; zeer uitgebreid.
6 zinnen met ‘omvangrijk’ — voorbeelden
1.
Het encyclopedische boek is zo omvangrijk dat het nauwelijks in mijn rugzak past.
2.
De kunstenaar schilderde een omvangrijk doek over de natuur.
3.
De tuinman verzorgt een omvangrijk perceel gevuld met rozen.
4.
De bibliotheek bezit een omvangrijk archief van zeldzame boeken.
5.
De leraar presenteerde een omvangrijk overzicht van de geschiedenis.
6.
De ondernemer ontwikkelde een omvangrijk plan voor internationale expansie.