5 zinnen met ‘schilderen’ — voorbeelden
1.
Ik moet de garagepoort schilderen voordat hij roest.
2.
De geest is het doek waarop we onze realiteit schilderen.
3.
Mijn grootmoeder leerde me schilderen. Nu, elke keer dat ik schilder, denk ik aan haar.
4.
Ik hou ervan om met aquarellen te schilderen, maar ik hou er ook van om met andere technieken te experimenteren.
5.
Op de kunstschool leerde de student geavanceerde technieken van schilderen en tekenen, waarbij hij zijn natuurlijke talent verfijnde.