6 zinnen met ‘oordeel’ — voorbeelden
1.
De ijdelheid kan het oordeel van mensen vertroebelen.
2.
Het team wachtte gespannen op het definitieve oordeel van de coach.
3.
De student verwerkte het oordeel van de docent in zijn vorderingen.
4.
Mijn vader deelde eerlijk zijn oordeel tijdens ons wekelijkse debat.
5.
De jury bracht een scherp oordeel uit over de ingewikkelde misdaadzaak.
6.
De criticus publiceerde zijn oordeel na het beoordelen van de nieuwe film.