7 zinnen met ‘roerde’ — voorbeelden
1.
De chef roerde de ingrediënten in de pan met veel zorg.
2.
De soep die in de pan kookte, terwijl een oude vrouw het roerde.
3.
De nieuwsgierige hond roerde behendig aan de oude deur.
4.
Zij roerde de soep langzaam terwijl ze muziek beluisterde.
5.
De atleet roerde zijn handen op voor de spannende wedstrijd.
6.
Mijn broer roerde de verf grondig voordat hij begon te schilderen.
7.
De wetenschapper roerde actief de proefmonsters in het laboratorium.