6 zinnen met ‘jewelste’ — voorbeelden
1.
"De stad was een drukte van jewelste, met zijn straten vol met auto's en voetgangers."
2.
Wij proefden de jewelste kazen tijdens het lokale festival in het dorp.
3.
De fotograaf maakte de jewelste portretten op een zonnige middag in het park.
4.
Anna verzamelde de jewelste schelpen tijdens haar zomervakantie op het strand.
5.
Hans plukte de jewelste rozen voor zijn moeder op de bloemenweide vlakbij huis.
6.
De chef bereidde de jewelste gerechten voor de speciale dineravond in het restaurant.