5 zinnen met ‘vochten’ — voorbeelden
1.
Jarenlang vochten ze tegen slavernij en machtsmisbruik.
2.
Het schip zonk in de oceaan, en de passagiers vochten om te overleven temidden van de chaos.
3.
"Het slagveld was een toneel van vernietiging en chaos, waar de soldaten vochten voor hun leven."
4.
Ondanks de gevaren en moeilijkheden vochten de brandweermannen om het vuur te blussen en levens te redden.
5.
De woeste en stormachtige zee sleurde het schip naar de rotsen, terwijl de schipbreukelingen vochten om te overleven.