Korte definitie: training
Oefening of cursus om vaardigheden of kennis te verbeteren.
5 zinnen met ‘training’ — voorbeelden
1.
De trainer raadt een energiedrankje aan na de training.
2.
De jonge vrouw werd rekrute en begon haar militaire training.
3.
De soldaten van het squadron kregen intensieve training voor de missie.
4.
Astronauten zijn mensen die veel training hebben om naar de ruimte te kunnen gaan.
5.
Na jaren van training ben ik eindelijk astronaut geworden. Het was een droom die uitkwam.