Korte definitie: geluksdag
Een dag waarop iemand veel geluk heeft of waarop alles goed lijkt te gaan.
5 zinnen met ‘geluksdag’ — voorbeelden
1.
Vandaag vierde ik mijn geluksdag met een gezellige wandeling.
2.
Zij planden een speciale geluksdag om hun vriendschap te vieren.
3.
Mijn broer ervoer een verrassende geluksdag tijdens het festival.
4.
De zonovergoten middag maakte deze geluksdag perfect voor ontspanning.
5.
Wij beleefden een onvergetelijke geluksdag tijdens onze zomervakantie.