7 zinnen met ‘pracht’ — voorbeelden
1.
De pracht van de roos wordt vergroot in de tuin.
2.
Lente van goddelijke pracht, laat de magische geest van kleuren mijn ziel verlichten die in de ziel van elk kind wacht!
3.
De tuin straalt pracht uit elke middagzon.
4.
Zij bewondert de pracht van kunst in het museum.
5.
De architect ontwerpt een woning vol moderne pracht.
6.
Wij vieren de pracht van het leven tijdens het feest.
7.
Hij koestert de pracht van herinneringen aan zijn jeugd.