7 zinnen met ‘ongemakkelijk’ — voorbeelden
2.
Tijdens de oefening kan zweten in de oksel ongemakkelijk zijn.
3.
Het gezin ervaart ongemakkelijk stilte tijdens het lange etentje.
4.
De leraar voelt zich ongemakkelijk tijdens het onverwachte examen.
5.
Mijn vriend blijft ongemakkelijk wanneer hij publieke toespraken houdt.
6.
De kunstenaar schildert ongemakkelijk zijn abstracte gevoelens op canvas.
7.
De journalist vindt het ongemakkelijk schrijven over controversiële onderwerpen.